Dat Marijn de Vries Paralympics geen topsport vindt, is een gotspe

Marijn de Vries (ex wielrenster,  journaliste) zegt in haar column in Trouw dat zij de Paralympics geen topsport vindt. Eerlijk gezegd dacht ik dat achter deze discussie na de spelen in Londen in 2012 al een dikke punt was gezet. Uiteraard is het haar goed recht om te vinden wat ze wil. Maar ik vind het zelf een beetje een uitspraak in dezelfde categorie als mijn oom die liefhebber is van klassieke muziek, maar over house-muziek zegt dat hij ‘het géén muziek vindt’.

Kortom, het is in de oren van mijn oom blijkbaar geen mooie muziek. Hij kan er niet van genieten. Vanuit zijn perspectief kan hij zich zelfs niet voorstellen dat anderen er wel van kunnen genieten. In dat geval ligt het er aan wat voor hem de definitie van muziek is, en dat is een kwestie van smaak.

Wat jij beschouwt als topsport, hangt net zo goed af van smaak. Er zijn een hoop mensen die darten geen topsport vinden. Want het kan worden beoefend door mensen met vadsige niet-atletische lijven terwijl ze alcohol drinken. Marijn heeft er zelfs moeite mee als de Paralympische Spelen door andere mensen topsport wordt genoemd.

dafneschippers

“De 200 meter rennen voor mensen die geen piemel hebben”

In haar beleving zijn topsporters uitsluitend de ‘allersterkste mensen ter wereld die het tegen elkaar opnemen’. Dus als het om atletiek gaat, dan is alleen de allersnelste man ter wereld een topsporter. Als het om de 200 meter sprint gaat kan er maar één mens de snelste zijn en is dat dus Usain Bolt. Als het om de sport ‘200 meter rennen op blades’ gaat of ‘200 meter rennen zonder iets te kunnen zien’, dan is dat volgens Marijn heel inspirerend en knap, maar géén topsport. Volgens de strenge definitie die Marijn de Vries hanteert van topsport, is de discipline waar onze eigen Dafne Schippers in uitkomt (de 200 meter rennen voor mensen die geen piemel hebben), dus ook heel knap en inspirerend, maar verdient het niet het predicaat topsport.

Op de Paralympische Spelen zijn echter ook sporten waarvan geen Olympische variant bestaat. Zoals bijvoorbeeld handbiken en boccia. Ook rolstoelbasketbal zou je als een ‘op zichzelf staande sport’ kunnen zien. Is de mens die het allerbeste ter wereld is in boccia, volgens haar dan wel topsporter?

Marijn vraagt zich af waarom de ene handicap wel en de andere handicap niet in aanmerking komt voor deelname aan de Paralympische Spelen. Haar vriendin Tessa heeft MS en mag volgens Marijn niet meedoen aan de Paralympics. Blijkbaar heeft ze zich verkeerd laten voorlichten, want dat mag wèl. Ik hoop dat Tessa en Marijn op 5 oktober naar de talentdag van NOC*NSF gaan, waar volgens deze oproep Tessa en andere MS-patienten van harte welkom zijn.

Maar toegegeven, het is inderdaad enigszins willekeurig welke handicaps en aandoeningen wel en niet in aanmerking komen voor deelname aan de Paralympische Spelen. Er zijn veel verschillende categorieën en classificaties. Daar moeten harde criteria voor worden vastgesteld om het zo eerlijk mogelijk te maken. Voor elke grens die je stelt, bestaat er iemand die daar nèt buiten valt. Dat is inderdaad arbitrair, en dat is iets waar de Paralympische wereld zelf ook mee worstelt. Voortdurend worden criteria en regels daarom bijgesteld.

Arbitrair

marlou_van_rhijn_1Arbitraire regels en criteria zijn overigens geen reden om iets ‘geen topsport’ te vinden. Op de Olympische Spelen zijn die er ook volop. Je zou kunnen zeggen dat een vrouw van 50 kilo altijd met judo zou verliezen van Dennis van der Geest (zelfs als Dennis al jaren niet meer traint). Toch zijn er in sporten als judo en boksen allerlei verschillende gewichtsclassificaties waardoor ook lichte vrouwen een Olympische medaille en het predicaat topsporter krijgen. Een tengere vrouw van 50 kilo heeft echter geen kans van winnen bij het kogelstoten. Want dat kent op de Olympische Spelen geen verschillende gewichtcategorieën, en wordt daarom alleen beoefend door zwaargewichten. Is dat eerlijk en consequent? Nee! Topsport is niet altijd eerlijk. Het is meer traditie en gewoonte die bepalen dat de ene sport wèl werkt met verschillende categorieën, en de andere niet. Die categorieën worden zo objectief mogelijk vastgesteld en vallen vervolgens voor de ene sporter misschien wat gunstiger uit dan voor de ander.

Betuttelend

Marijn zegt in haar betoog dat ze het ongelooflijk knap vindt wat Paralympische atleten presteren en heel inspirerend. Desalniettemin, het moge inmiddels duidelijk zijn, het is volgens haar géén topsport. Ik kan me goed voorstellen dat zulke kwalificaties op Paralympiërs als Marlou van Rhijn en Jetze Plat nogal betuttelend overkomen. Zeker uit de mond van Marijn de Vries, wiens eigen ‘claim to fame’ was dat ze op haar dertigste als journaliste het experiment aanging om topsporter te worden. “Dat lukte!” valt op haar website te lezen, want al binnen een jaar reed ze “tussen de wereldtop”. Ze verdiende inderdaad enige jaren (een gedeelte van) haar brood met ‘professioneel wielrennen’. Wie echter zoekt naar Olympische deelnames, of overwinningen in klassiekers of grote rondes, zal bij Marijn de Vries niets vinden. Key stats, volgens de UCI: nul ProWins, nul GrandTours, nul classics. Kortom: ze reed tussen de wereldtop, waarschijnlijk aan het begin van de race. Daarna reed die wereldtop heel hard bij haar weg. Maar goed: meedoen is ook belangrijker dan winnen.

img_2507“Nul ProWins, nul GrandTours, nul classics”

Je kunt allerlei kritische vragen stellen bij de Paralympische sport: hoeveel erkenning verdienen de sporters? Hoeveel zendtijd en media-aandacht zou passend zijn? Hoeveel steun van NOC*NSF moet er naar Paralympische Sport gaan (ten koste van Olympische Sport)? Zijn er misschien Paralympische disciplines waar te weinig concurrentie is? Welke handicaps komen wel of niet in aanmerking voor deelname? Moet een Paralympiër ook in aanmerking komen voor de prijs “Sportman of sportvrouw van het jaar?”

Maar als we iemand als Marijn de Vries, die een paar jaar meehobbelde in het peloton een topsporter noemen omdat ze in die periode fulltime aan sport deed, dan zou het een gotspe zijn om Paralympiërs die leven voor de sport en zich in hun eigen discipline meten met de allerbesten ter wereld, dat predicaat te ontzeggen.

 


12 gedachten over “Dat Marijn de Vries Paralympics geen topsport vindt, is een gotspe

  1. De discussie is goed en je presenteert ook een aantal goede tegenargumenten.
    Maar om het dan op het laatst op de man (of in dit geval vrouw) te spelen vind ik erg zwak.

    1. Dat is je goed recht Andreas!
      Ik vond de discrepantie zo groot, dat ik hem niet ongenoemd kon laten.
      Wel jezelf topsporter noemen, terwijl je zo’n strenge definitie hanteert voor anderen

  2. Kijk even naar de tijden van de 1500 meter heren op de paralympische spelen. Zelfs de nummer 4 is nog sneller dan de nummer 1 van de OS. Hoezo geen topsport.

  3. Waarom moet je zelf topsporter geweest zijn om een ander die kwalificatie al of niet te geven? Moet Marijn vroeger in de prijzen hebben gereden om nu als columnist een parasporters het predikaat topsporter te onthouden?
    Marc, dat neerhalen van Marijn mbt haar sportprestaties heb je toch niet nodig? Ik vond haar column gedurfd en top.

    1. Hi Hans, dank voor je reactie.
      Je hoeft zeker geen topsporter te zijn om mensen dat predicaat te geven.
      Het gaat mij er om dat Marijn zichzelf (op haar site) wel een topsporter noemt.
      Vervolgens noemt ze anderen dat niet.
      De definitie die ze daarbij gebruikt, zou haar ook niet kwalificeren als topsporter.
      Die discrepantie gaat niet om ‘neerhalen’, maar om te benoemen dat ze hierin niet consequent is.

      1. Hoi Marc. Je hebt zeker en punt. Maar: Als je Marijn op twitter hebt gevolgd kon je zien dat ze gisteren haar opvatting over haar als voormalig topsporter en vrouwenwielrennen als topsport relativeerde. Ze gaf toe dat je vraagtekens kon zetten bij term topsport in dat verband.

        1. Hi Hans, ik had mijn stuk gebaseerd op haar artikel in Trouw.
          Inmiddels heb ik ook haar tweets gelezen.
          Niet alle mensen die haar artikelen lezen in Trouw, lezen ook haar tweets.
          Ik vind best dat ik mag reageren op haar artikel, zonder eerst al haar andere uitlatingen te checken.
          Goed dat zij zichzelf ook relativeert.
          We zijn het inmiddels eens dat topsport een relatief, rekbaar begrip is.
          Er zijn andere vragen/discussiepunten die misschien belangrijker zijn – maar de focus is nu eenmaal komen te liggen op de titel waarin topsport ter discussie werd gesteld.

  4. De triestheid van personen die paralympische sport geen topsport vinden. Ook zij Trainen net zoveel als de gewone sporters die dit als Werk doen. Iets waar helaas te weinig aandacht voor is nog steeds ondanks dat het beter wordt. St.intermobiel besteed hier ook lang al de aandacht aan. Terecht en goed geschreven stuk mark

    1. Er is een begripsvervuiling met betrekking tot de begrippen “profsport” en “topsport”. Als je drie keer per dag traint, zes dagen per week, exclusief krachttraining, (zoals mijn gehandicapte echtgenote in 1970 al bijna onopgemerkt deed) en je wint in jóuw discipline het hoogste haalbare (in haar geval zeven gouden Paralympische plakken), zou ik niet weten hoe je dat anders moest betitelen dan als topsport. Professionele sport? Nee…. Topsport? Nou en of!! Ik erken dat wat relativering wel mag, met alle superlatieven van de laatste tijd, maar ik mag toch aannemen dat het denigrerende “dit is niet esthetisch” van Bob Spaak verleden tijd is.

  5. Onze Paralympiërs zijn stuk voor stuk toppers. Je moet wel hard ervoor getraind hebben, anders ben je niet op de Paralympics aanwezig.
    Nu op voor meer erkenning voor de Deaflympics!

Geef een reactie