Chemo-update 6: een heel slecht verhaal / Murphy’s law


Heb je weleens zo’n pijnlijk slecht verhaal, dat je je eigenlijk schaamt om het aan iemand te vertellen? Nou, zo’n verhaal heb ik nu. Want er is iets stoms gebeurd, met als gevolg:

“Ken je die mop van Marc die vandaag zijn tweede chemo zou krijgen, nou die kreeg hij niet!’

Komt ‘ie:

Deze woensdag begon geweldig! (Want elk slecht verhaal begint geweldig)

Vanochtend kwam de arts mijn kamer binnen. Ze vertelde dat mijn bloedwaarden na de bloedtransfusie van gisteren uitstekend waren. Mijn HB was gestegen van 5.9 naar 7.0 en mijn nierwaarde van 69 naar 77. Bovendien zag mijn nierdrain (afgelopen maandag heb ik een soort aftap-gaatje in mijn rechternier gekregen) er nog steeds heel netjes uit en kwam er mooi lichtroségekleurde plas uit. Top! Niets kon mijn chemo nu nog tegenhouden.

Althans, dat dachten we.

Het infuus werd aangesloten: eerst twee uur waterspoeling om de nieren te activeren, daarna de chemo. Het is niet goed om de hele dag op bed te liggen, dus ik maakte de transfer vanuit bed naar de rolstoel. Het infuus hangt aan een paal op wieltjes die ik voor me uit kan duwen. De zak die verbonden is met mijn nierdrain hang ik met een speciaal klittenbandje in mijn sportbroek om mijn rechterbeen.

Dan voel ik dat ik naar toilet moet: grote boodschap (Want in een echt slecht verhaal zit een boodschap!) Nu heb ik nogal een klein ziekenhuiskamertje en is het best lastig manoeuvreren om met rolstoel in het badkamertje te komen, daar de douchestoel aan de kant te werken en vervolgens mijn rolstoel zo neer te zetten dat ik veilig kan overspringen naar het toilet. Dit alles terwijl ik dus met mijn rechterarm aan een infuuspaal hang, die ik ook steeds strategisch moet plaatsen (hier zouden ze een geweldig spelletje voor de iphone van kunnen maken, een handi-app).

Ondanks mijn dwarslaesie voel ik dat de boodschap elk moment gaat komen en dus maak ik gehaast de transfer naar toilet. Ik zit, trek snel aan de linkerkant mijn onderbroek en sportbroek omlaag, en direct daarna mijn rechterkant. Ik hoor tikkk, flatsss, plons! De flatsss en de plons kan ik wel plaatsen, dat is het geluid van het verzenden van de boodschap met direct daarna het ontvangen. Alleen die tikkk was een nieuw geluid voor mij. Ik ging op onderzoek uit… ik til mijn shirt op. Ik zie dat het doosje van mijn drain een beetje los zit. Ik trek direct aan de bel. Verpleging komt de badkamer binnen en kijkt naar het doosje. “Toen ik mijn broek naar beneden deed, moet ik aan het buisje van de drain hebben getrokken. Zit alles nog wel goed?” vraag ik. “Ja! Het zit wat los, maar als je op bed gaat liggen dan is dat zo weer vast te maken.”

Als ik op bed lig en de verpleger probeert alles weer vast te krijgen blijkt dat makkelijker gezegd dan gedaan. Er wordt met de assistent van de radioloog gebeld. “Dat is zo gepiept, ik kom wel even naar beneden en dan doe ik het zelf.” Een kwartier later is hij in mijn kamer. Als hij aan mijn bed staat kijkt hij moeilijk naar het kastje: “ik wist niet dat hij aan DIE kant loszat… nee dàt is niet te repareren. Als het daar stuk is moet de drain opnieuw geplaatst worden.”

“Dat meent u niet… zeg ik.”

“Ja, dat het aan die kant loskomt heb ik niet eerder gezien. Ik ga je inplannen, ik hoop dat we dit vandaag nog kunnen fixen.”

Even later lig ik alleen op bed op mijn kamer. Het kastje van mijn drain is verwijderd. Uit mijn zij steekt mijn drain, als een soort witte T die golfers gebruiken bij het afslaan. Daaruit stroomt heel langzaam mooie zuivere plas, die neerdruppelt op het matje dat onder mij gelegd is.

Een verpleegster komt binnen. Ze kijkt me beteuterd aan. “De chemo kan pas doorgaan als dit opgelost is, hopelijk vanavond.” “Dat snap ik, heb jij misschien een katje en een pistool voor me. Reageer ik me even af.” “Ik heb thuis katjes!’ roept ze. “Dus dan vind je het nu wel minder erg voor me.” We moeten samen lachen.

Ik baal. Als ik voorzichtiger was geweest had ik nu chemo. Nu gaat dit me misschien een zinloze extra dag ziekenhuis kosten. Medische fout door de patiënt zelf. Ik zie mijn letselschadeadvocaat mijzelf al aansprakelijk stellen.

Een paar uur later mag ik naar de OK. Ik word achtergelaten in de verkoeverkamer. Een half uur gebeurt er niks. Niemand spreekt me aan of komt naar me toe. Even later blijkt dat meneer patiëntenvervoer vergeten is me aan te melden. Dus dertig minuten heeft een operatiekamer gevuld met een radioloog inclusief drie assistenten voor niks op mij zitten wachten omdat Handige Harry zich niet aan de regels heeft gehouden. Nou ja, na al dat wachten kan dat ene half uur er ook nog wel bij.

De radioloog komt naar me toe. Werkt snel wat routinevragen af: “Bent u ergens allergisch voor?” “Ja, voor verpleegsters die tegen me praten met een kunstmatig hoog stemmetje.” Hij zet een extra lage stem op: “Dan moeten we dat voorkomen.”

De ingreep verloopt voorspoedig. In no-time is de drain vervangen (er is gelukkig alleen maar schade aan de buitenkant en de nieuwe drain past precies in het bestaande gaatje in mijn nier). De nieuwe drain laat meteen mooi schone heldere plas zien. Ik mag direct naar beneden, waar we opnieuw beginnen aan twee uur waterspoeling. Vanavond alsnog chemo 2, al met al is er dan maar een paar uurtjes vertraging en kan ik nog steeds vrijdag naar huis! Niet meer terugkijken, we kijken weer vooruit!

Maar om kwart voor zes vanavond komt de verpleegster de kamer binnen. Ze kijkt beteuterd: “toch nog stom nieuws, de apotheek belde net dat ze de chemo niet op tijd klaar krijgen. Nu gaan ze sluiten, ze kunnen het morgenochtend pas maken.”

“Maar we zouden toch vanavond de chemo doen?”

“Ja dat hadden we afgesproken, maar vanochtend hadden we de order stopgezet. En nu kwam de nieuwe order om de chemo klaar te maken te laat.”

“Verdorie. Dus toch een dag kwijt.”

“We vinden het heel vervelend… als je een half uurtje eerder weer op je kamer was, dan had het misschien nu wel nog gekund.”

Epiloog:

Maandag schreef ik over de omdenk- en accepatiemachine in mijn hoofd. Uiteraard is die inmiddels alweer automatisch aan de slag gegaan:

– Remona is zelf ook ziekjes. De extra dag dat ik in het ziekenhuis ben geeft haar een extra dag om rustig thuis te herstellen.

– Dit hele medische traject gaat zeker 4 maanden duren en wellicht ook wat langer. Op zo’n lange periode met ziekenhuisopnames stelt een dag vertraging en een nacht extra ziekenhuis niks voor.

– Mijn lijf heeft stiekem een extra hersteldag gekregen waardoor mijn bloedwaarden waarschijnlijk morgen nóg beter zijn voor de volgende chemo.

– Ik kan mijn nierdrain beter in het ziekenhuis slopen dan thuis, vanaf nu ben ik extra voorzichtig.

– Slecht verhaal in het echte leven is meestal goed verhaal voor mijn volgende boek of theatervoorstelling.

Maar toch. Mocht iemand meneer Murphy (die van de Wet van Murphy) toevallig tegenkomen: schop hem onderuit.

Epiloog 2:

Murhpy blijkt al in 1990 overleden.

Goed zo. Dàt zal m leren!


2 gedachten over “Chemo-update 6: een heel slecht verhaal / Murphy’s law

Laat een reactie achter bij Myra van Benthem Reactie annuleren